'Het Laatste Licht dat Dooft'
JET LAG, Jaap van den Bergh, heeft op 24 juni 2010 de laatste adem uitgeblazen in het hospice waar hij sinds een paar maanden verbleef. Jaap zat al enige tijd in een rolstoel en trad sinds eind 2007 niet meer op. Ruim 12 jaar lang heeft Jaap als het onnavolgbare theatrale personage Jet Lag onvergetelijke teksten gemaakt en vertolkt zoals 'Ik Ben Veel te Mooi om Hard te Werken', 'Bessen met Seven-Up', 'Ik Lees Zo Graag de Roddelbladen' en 'Fata Morgana'. In de voorstelling 'naaiatelier DE DEKMANTEL' is Jaap nog als 'speciale verschijning' te horen geweest. Dat was zijn laatste optreden. Jaap zal voor altijd een warm plekje in ons hart houden. Ongeveer een jaar geleden heeft onze regisseur Pilo op Jaap’s verzoek een nederlandse tekst gemaakt op 'the Windmills of Your Mind' , omgedoopt tot 'Het Laatste Licht dat Dooft'... Het is er voor hem nooit van gekomen om het te zingen. De melancholieke melodramatiek ervan valt nu aardig op z'n plek. Het schrijven ervan was indertijd al een beetje afscheid nemen van Jet... Het Laatste Licht dat Dooft
als een cirkel in een cirkel als een wiel in een spiraal als een foetus in de oersoep als een zwevende garnaal als het wachten is begonnen als de rups in een cocon als een reuzenrad dat ronddraait in de vuurzee van de zon en de wijzers van de klok trekken sporen in de tijd waar de wereld als een appel door het universum snijdt als een spinsel dat zich klooft door de kronkels van je hoofd
als een herfstblad dat ronddanst vast gevangen in de wind als een spin zo vol van leeflust weer haar lentewebben spint als de krakend koude ijswind over oude vlaktes raast als het lome zomer melkvee dat de akkers slaafs begraast in de verte danst een vlinder op de vleugels van de wind van het zachte zomer zuchten in de dromen van een kind wat met kleur en licht omzoomd door de vlinder is gedroomd
als een dreigend zomer weerlicht lacht het vuur de wereld rond tot het ooit zich zal ontladen en zich stukslaat in de grond als zo zwanger van het water de rivier de zee in vlucht en de woeste kruinen stuiven hoog tot in de blauwe lucht want de zomer leek wel eeuwig en we leefden vrij en blij maar de herfst is gekomen ook al die gaat weer voorbij
was het eten van de appel warme zoete godenspijs het begin en ook het einde van het aardse paradijs
het begin dat is het einde waar het einde weer begint als de vlinder weer een rups wordt en zich telkens weer ontspint van de eeuwigheid beroofd in het laatste licht dat dooft in de kronkels van je hoofd
Hopelijk kijken Jet en Jaap nu voor altijd vanaf een roze wolk naar beneden met een nooit leegrakende doos bonbons.